De steenfabriek

Tichelwurk.

Tichelwurk.

Vanaf 1857 was er een tichelwurk (steenfabriek) in Ried. Deze bevond zich waar nu de Nieuweweg loopt. Op het tichelwurk werden onder andere rode metselstenen gebakken, die werden gebruikt voor de bouw van huizen. De rode stenen waren van een betere kwaliteit dan de gele en dus duurder. Op de Berlikumerweg en Zevenhuisterweg zie je dan ook veel huizen waarvan de voorgevel in rode steen is opgemetseld en de rest van gewone geeltjes.

Het tichelwurk bood van april tot september aan veel mensen uit het dorp een goeie werkgelegenheid. In de zomer waren er soms meer dan 20 man aan het werk, in de winter alleen de 7 vaste werkkrachten. Naast deze 20 man werkten er nog een stuk of 12 vrouwen, terwijl men er ook nog jongens van 12 jaar en ouder kon vinden. Zij kwamen niet alleen uit Ried maar ook uit Franeker, waar zij ’s morgens vroeg lopend vandaan moesten komen. De klei voor het maken van de stenen werd met een viertal pramen aangevoerd uit het midden van Friesland (o.a. Spannum en Hitzum) en later ook uit St.Anne, Zwarte Haan en Harlingen. In 1916 was de concurrentie van grotere steenfabrieken dermate groot, dat het Riedster tichelwurk noodgedwongen, als een van de laatste van Franekeradeel, de productie moest beëindigen.

 Het tichelwurk in 1897 gezien vanaf de Hoofdstraat. Het grote gebouw is de fabriek waar stenen werden gebakken. Het huis op de achtergrond werd bewoond door de tasker (meesterknecht). Alle stenen werden handmatig gevormd. Hiervoor waren twee vaste vormers in dienst. Andere beroepen waren hager, tichelaar en ovenknecht. De man met de handen op de kleitafel moet Cornelis Elgersma zijn. Links staat zijn vrouw Sytske Sikkema met zoontje Jacob op de arm.

 

Zicht richting de Hoofdstraat. Rechts achter de bomen de bakkerswinkel en in het midden de smederij. De vrouwen zijn druk bezig met het doorgeven van stenen. Achter hen staat een kinderwagen. V.l.n.r. Sjoukje Elgersma, Jaantje Siderius, Feikje Hoekstra-de Vries en Janke Vlietstra. De laatste twee zijn onbekend.

Geheel rechts J. Plantinga schipperszoon uit Franeker. Hij kwam als elfjarige bij het bedrijf werken en was 15 jaar toen de foto werd gemaakt. Knielend op de voorgrond G. Hoekstra, die later een slagerij in de Kerkstraat in Franeker had. Een van de oudere mannen is Sybold de Hey.

 

 

De arbeidsomstandigheden waren zwaar. Bij zonsopgang moesten de jongens al verschijnen en de hele dag stenen sjouwen. Hierbij mochten zij geen klompen of schoenen dragen, dus op blote voeten of alleen lichte slofjes aan. De jongen rechts is Watze Visser, de man met de hoed op bij de tafel Dirk H. Visser.