De gasfabriek

Gasfabriek.

 

 

In 1909 werd aan de Pastorielaan een gasfabriek opgericht. Het bestuur bestond uit de heren Jentje de Boer (directeur zuivelfabriek), Jelle Sikkema (onderwijzer) en Bartele van Zandbergen (verver). Deze gasfabriek produceerde ethylgas, dat ontstond door water bij carbid te voegen. Dit gas diende als brandstof voor de straatverlichting en de verlichting in de school. Door het dorp werd een buizenstelsel in de grond aangelegd voor het transport van het gas. ’s Avonds kwam de lantaarnaansteker langs om de lantaarns aan te steken met een gloeiende stok.

 

 

 

 

 

 

De gasfabriek, links op de foto, hield op te bestaan in 1926. Botermaker Ane Anema betrok in 1930 het gebouw, nadat het voor bewoning geschikt was gemaakt. Hij was een bekwaam botermaker op de fabriek en is na de sluiting in 1936 overgeplaatst naar de zuivelfabriek van Wargea.

 

 

 

 

Een deel van de Pastorielaan met het zicht op de melkfabriek. Jetse en Cobe Terpstra woonden geruime tijd in het huis rechts op de foto. Jetse was melkventer met een zuivelwinkeltje aan huis. In het volgende huis (de voormalige gasfabriek) heeft melkcontroleur Jurre van der Woude van 1936 tot 1939 gewoond. Daarna verhuisde hij met zijn gezin naar de Nieuweweg. De melkcontroleur of monsternemer, zoals hij meestal werd genoemd,. verzamelde tijdens het melken van elke koe een beetje melk in flesjes, dat hij vervolgens thuis in een klein laboratorium op vetgehalte en dergelijke onderzocht. Alle gegevens van het onderzoek werden in het melkboekje bijgeschreven. Na de sluiting van de zuivelfabriek werden de monsters uit Ried en omgeving nog steeds door Van der Woude gecontroleerd. 

 

 

29-10-1909: uit de gemeenteraad

 

15-02-1926

 

 

 

Sikkema was onderwijzer en medeoprichter van de gasfabriek, uit Ried vertrokken in 1912. Buiskool was van 1909 tot 1919 dominee en zal ook in het bestuur hebben gezeten. Directeur de Boer van de zuivelfabriek zat in het eerste bestuur en heeft deze functie overgedragen aan Jansma. De fabriek had natuurlijk veel belang bij elektrisch. De gasfabriek van Ried werkte onder de naam “De Eersteling” en is opgeheven in 1926, omdat de elektriciteit steeds verder toenam nadat deze in 1925 in het dorp was aangelegd. Na een verbouwing werd het gebouw vanaf 1930 bewoond. Het was een carbidfabriek waar carbid werd vergast, anderen gasfabrieken werkten op cokes, daarom staat de Riedster gasfabriek niet vermeld bij de Friese gasfabrieken. Het carbidafval is gedumpt bij de Opslach en het schoolplein. Hier zit een hele harde laag onder de grond.