Geitenfokvereniging

Op het stuk land achter school (waar nu de nieuwe school staat) werd een geitenkeuring gehouden. Rond 1910 werden witte ongehoornde bokken en geiten uit Duitsland geïmporteerd om ze te kruisen met het oude landras. Hieruit is de Nederlandse witte geit voortgekomen. Deze geit had een betere melkproductie en was daardoor goed bruikbaar voor arbeiders en gardeniers. Hierdoor kregen ze de naam arbeiders- of werkmanskoe. Ried had in de jaren twintig een eigen geitenfokvereniging en in het voorjaar, als de geit had gelammerd en de uier mooi vol was, werd er een keuring gehouden.

Er was veel belangstelling voor de keuring. Op de achtergrond onderscheiden we de ‘pastoriepleats’, waarvan Durk Siderius tot 1933 de pachter was. Zijn opvolger was Arend Terpstra. De kerk bekostigde het salaris van de predikant uit het pachtgeld. Links voor de boerderij staat het losstaande stookhok. Hierin werd gekookt en zomerdag ook gegeten.