We gaan terug naar het jaar 1815, het jaar waarin de Boerster school gecombineerd werd met de school in Ried en ook het jaar dat Pieter Meines van den Berg als schoolmeester naar Ried kwam. De familie Van den Berg heeft in latere jaren een prominente rol in de Riedster samenleving vervult. Maar eerst het kleine dorpje Boer, dat bijna twee eeuwen lang een eigen school had. In de doopboeken van Schalsum en Boer, die toen kerkelijk gecombineerd waren, werd in 1643 een mr. Nanne genoemd. Een schoolgebouw zal er niet geweest zijn, want het onderwijs in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw was duidelijk anders dan nu. Veel dorpjes hadden slechts een winterschool. Omdat men voor schoolmeester tot de 19de eeuw niet gediplomeerd hoefde te zijn kon het ook gebeuren dat een boer, timmerman of verver, die 's winters toch weinig of niets om handen had, dan zo'n schooltje waarnam. Het lesgeven gebeurde vaak in een schuur of kamer bij de schoolmeester thuis. De leerlingen waren niet ingedeeld in klassen of schooljaren en hoe intelligent een leerling was deed er ook niet toe. De kinderen leerden lezen, schrijven en rekenen, waarvoor ze elke week de meester een paar stuivers moesten betalen, tenminste als de ouders financieel draagkrachtig genoeg waren. Als de kinderen niet naar school gingen, werd er ook niet betaald. Op de dorpen was het de kerkvoogdij, die de scholen stichtte en onderhield en de schoolmeesters, die tevens kerkdienaars (koster, voorzanger, organist) waren, naast huisvesting beloonde met een karig traktement, dat door de schoolpenningen van de leerlingen werd aangevuld. Verbetering van de treurige onderwijstoestanden en de droevige levensomstandigheden en afhankelijke positie van de schoolmeester trad eerst in, nadat de schoolwetten in het begin van de 19e eeuw (vooral de wet van 1806) in werking traden. Toen ontstond de scheiding van kerk en staat en werd het onderwijs een staatszaak. Vanaf die tijd werden schoolmeesters geacht een onderwijsakte te bezitten. In 1814 deed mr. Joost Roukes Jellema afstand van zijn schooldienst in Boer. Met de ingetreden onderwijswetten werd besloten om geen nieuwe meester aan te stellen, maar om verder samen te gaan met Ried (Boer was toen kerkelijk met Ried verbonden). Ook de Riedster school was vacant, zodat in 1815 in de Leeuwarder Courant sollicitanten werden opgeroepen voor de gecombineerde school. Het is niet te achterhalen wanneer precies een school in Ried is gestart, maar uit het archief van de administratie van de kerkvoogdij te Ried zijn wel enkele gegevens te halen. Voor het eerst wordt in 1580 een schoolmeester genoemd, Peter Jansz. was hier toen koster en schoolmeester. Daarna zijn door de eeuwen heen een groot aantal namen van schoolmeesters in de kerkboeken genoteerd. De eerste schoolmeester van de gecombineerde scholen van Boer en Ried kwam eind 1815: Pieter Meines van der Berg, 3e rangs schoolmeester van Bovenknijpe, waar hij provisioneel de school waarnam. De 18-jarige Pieter van den Berg trouwde nog voordat hij naar Ried kwam, namelijk op 29 november 1815 in De Knijpe met de 19-jarige Janke Gerrits Ponne. Het jonge paar kwam in de meesterswoning met inpandig de school aan het Kerkpad te wonen. Vanaf welke tijd dit pand als schoolgebouw in gebruik was is niet bekend, maar omdat het naast de kerk gelegen is kan het mogelijk al voor lange tijd zijn geweest. Het voormalige schoolgebouw met onderwijzerswoning aan het Kerkpad (foto 1968) Ook al waren na 1806 de nieuwe onderwijswetten ingevoerd, het verbeterd onderwijs zelf en de verbeterde positie van de onderwijzers kwamen langzaam op gang. Het jaartraktement bedroeg in 1817 ƒ 300 plus de schoolgelden en een vrije woning. Mr. P. van der Berg was behalve schoolmeester en organist, ook dijkontvanger (ƒ 20 per jaar) en veldwachter (ƒ 37 per jaar), terwijl hij in 1823 rijksontvanger der directe belasting werd. Na ruim 20 jaar droeg Van den Berg zijn onderwijsbaan over aan adjunct Jacob Jans Wiersma. Zijn vele functies, naast rijksontvanger was Van den Berg o.a. agent brandverzekering en agent onderlinge levensverzekering, namen hem waarschijnlijk te veel in beslag. De familie Van den Berg, die inmiddels was uitgebreid met twee zoons en twee dochters, verhuisde naar het pand op de hoek Hoofdstraat / Havenstraat, de latere directeurswoning van de melkfabriek. Hier lag ook een perceel grond bij, zodat Pieter van den Berg zich naast zijn verschillende functies op kleine schaal bezighield met landbouw.