Ferhalen út Rie

SYMEN HAAIJES SPANHEMIUS, MEESTERSMID IN RIED door HENK SLOOTS

 In de kerk liggen veel oude grafzerken, allemaal van mensen die ooit in Ried hebben geleefd. Al van jongs af aan vroeg ik me af wat voor mensen dat geweest zouden zijn. Sommige namen op de zerken zagen er bekend uit, zoals de Andla’s en Vitus Ringers, maar anderen zeiden me niets. Zo staat op een van de zerken de naam SYMEN HAIJES SPANHEEMIS. Wat betekende dat, Spanheemis? Wou hij daarmee aangeven dat hij van oorsprong uit Spannum kwam of zo? Maar dat was niet het geval, hij kwam uit Dokkum. Pas recent kwam ik erachter dat het een – weinig voorkomende - achternaam is, in verband te brengen met de Duitse plaats Spanheim. Dat niet alleen, ik ontdekte ook dat deze Symen Haaijes in de zeventiende eeuw smid en dorpsrechter in Ried was en dat hij notabene in hetzelfde huis woonde als waar ik als zoon van een smid opgroeide. Dat een smid zo’n deftige zerk in de kerk kreeg, met familiewapen en al, dat had ik niet verwacht. Ik dacht dat alleen mensen van adellijke komaf en geestelijken zo werden begraven. Misschien dat zijn familie toch een zekere status had. De achternaam, die meestal geschreven wordt als Spanhemius, wijst daar wel op. Gewone mensen hadden in die tijd nog geen achternamen.

 

Dit is de zerk van Symen Haaijes, die ligt in het middenpad van de kerk, half onder de banken. Tegenwoordig niet zichtbaar, omdat er een houten vloer overheen is gemaakt. 

 

Van zijn afkomst weet ik verder niets, hij komt pas in beeld als hij in juni 1663 in Dokkum trouwt met Lutske Sjirks. Zij komt uit die stad, hij uit Leeuwarden. Op dat moment is een zekere Johannes Hoytes de dorpssmid van Ried. De smederij is dan al gevestigd in het pand aan de Hoofdstraat 17 (nu Riedex). Hij is getrouwd met Syts Ofkes, wier familie de eigenaar is van de smederij. Haar vader Ofke Feddes had het toen al bestaande pand in 1632 gekocht. Hij oefende er het vak van kleermaker uit. Schoonzoon Johannes Hoytes begint er een smederij in. Johannes is nog jong als hij kort daarna komt te overlijden. Zijn vrouw Syts overlijdt rond dezelfde tijd, misschien ging er een besmettelijke ziekte rond. Het is bekend dat er in die jaren regelmatig uitbraken van de pest waren. Meer weten we daar echter niet van, maar wel dat hun eveneens nog jonge kinderen wees werden en niet in staat waren de smederij voort te zetten. Dus werd die in 1664 openbaar verkocht. De verkoopakte rept van een ‘huysinghe met smitte en daer toe behorende gereetschappen, door Johannes Hoytes & sijn wijff metter doodt ontruimt’. Als plaatsbepaling wordt vermeld dat de smederij staat tussen het huis van Jan de wagenmaker ten oosten (dat stond waar nu het hek van Riedex is), de bakkerij van Jan Dirkx ten westen (nu bewoond door Oege Bakker), de Hereweg (dat is de Hoofdstraat) ten noorden en de landerijen van de pastorie ten zuiden. De huizen aan de zuidkant van de Hoofdstraat zijn destijds gebouwd op land dat aan de pastorie toebehoorde,

zodoende moet er voor de smederij jaarlijks 28 stuivers (= 1 goudgulden) aan erfpacht aan de predikant worden betaald, zo vermeldt het koopcontract. Kopers worden Symen Haaijes en zijn vrouw Lutske Sjirks, dan nog – pas getrouwd - woonachtig in Dokkum. De koopsom bedraagt 1080 goudguldens (van 28 stuivers per stuk). Een extra bepaling in het koopcontract is dat de smid voor de helft moet bijdragen in het onderhoud van de schutting tussen de erven van de smederij en de wagenmakerij. De koopsom kan Symen niet zelf ophoesten. Daarvoor moet hij geld lenen, onder andere van een geldschieter uit Leeuwarden, van de ouders van zijn vrouw en ook nog 50 gulden van dier grootmoeder. In 1664 vestigt Symen zich dus als smid in Ried en twee jaar later leent hij opnieuw een behoorlijke som geld, 420 gulden tegen 4,5 %, dit keer van de kerkvoogdij in Ried. Aan te nemen valt dat hij hiermee het pand grondig verbouwt. Er komen kinderen. Tussen 1665 en 1685 krijgen hij en Lutske volgens het Riedster doopboek tenminste tien kinderen, te weten: 

1. Haaye gedoopt 09-07-1665 

2. Wybren gedoopt 23-02-1668 

3. Yede gedoopt 12-11-1671 

4. Yede gedoopt 12-01-1673 

5. Sjoerd gedoopt 08-10-1676 

6. Aafke gedoopt 14-10-1677 

7. Sjoerd gedoopt 09-03-1679 

8. Aafke gedoopt 29-08-1680 

9. Sjoerd gedoopt 25-09-1681 

10. Sjoerd gedoopt 21-06-1685

Dat een echtpaar veel kinderen kreeg was destijds gebruikelijk. Het valt op dat sommige namen meerdere keren voorkomen, er zijn zelfs vier met de naam Sjoerd. Dat is niet te wijten aan een gebrek aan fantasie bij de naamgeving, het betekent dat het vorige kind van die naam al was overleden bij de volgende geboorte. De zuigelingensterfte was enorm. Van een groot gezin was dan ook geen sprake. Ik heb alleen van beide oudste zonen Haaye en Wybren en van de tweede Yede kunnen vaststellen dat ze de volwassen leeftijd hebben bereikt. Wybren werd smid in Dronrijp, zo leert de website Allefriezen ons. Daar valt ook te lezen dat zijn ouderschap zo mogelijk nog tragischer verliep dan dat van zijn ouders: hij verloor tenminste zes kinderen, waarvan een door verdrinking in de sloot voor het ouderlijk huis.

 

 

De doop van de tweede Yede, genoteerd in het doopboek van Ried. Er staat: ANNO 1673. Den 12. Januarii is Yede Sijmens soon van Sijmen Haeijes en Liudts Tiercks in de kerck tot Rijedt gedoopt.

Intussen bouwt Symen Haaijes in Ried een bestaan op. Hij noemt zich meestersmid, een titel die voortkomt uit het oude gildesysteem. Zijn voornaamste klanten zullen de boeren van het dorp zijn geweest, maar ook aan de kerk heeft hij een vaste klant. In de rekeningboeken van de kerk zien we dat terug: met de regelmaat van de klok staan er betalingen aan hem genoteerd voor “geleverd ijzerwerk” ten behoeve van de huizen die de kerk bezat en voor het kerkgebouw en de pastorie. Als een van de meer vooraanstaande dorpelingen treedt hij ook toe tot de kerkvoogdij. Bij toerbeurt verzorgen de kerkvoogden de financiële administratie, ook die van de diaconie, en zo komen we zijn naam vaak tegen in de boeken. Grappig is daarbij om te zien dat de smid Symen Haayes de administrerend kerkvoogd Symen Haayes de jaarlijkse rente van de in 1666 afgesloten lening betaalt. Zakelijk moet het hem voor de wind zijn gegaan, want in 1684 is hij in staat om in een keer al zijn schulden af te lossen. Als gezien man schopte hij het tot dorpsrechter. Een dorpsrechter werd door de grietman benoemd, op voordracht van de inwoners. Hij sprak niet werkelijk recht, dat gebeurde op grietenij-niveau (het zogenaamde Nedergerecht), maar moest toezien op de goede orde en rust in het dorp. Verder was hij de schakel tussen het grietenijbestuur en het dorp. Officiële stukken werden door hem bij de geadresseerden overhandigd en geschillen tussen inwoners kon hij in der minne schikken.

 

De handtekening van Symen Haayes onder de kerkerekening van 1686. In de laatste lus heeft hij het jaartal gezet. Rechts naast de handtekening staat: dorprechter ijn ryet

 

In 1684 moet er in Ried een nieuwe predikant komen, na het overlijden van dominee Elias Hanonides. De kerkenraad laat zijn oog vallen op een zekere Vitus Ringers, een jonge en veelbelovende dominee, die op dat moment Britsum als standplaats heeft. Symen wordt met een dorpsgenoot afgevaardigd naar Britsum om Ringers te strikken. Dat dat gelukt is, kunnen we opmaken uit het feit dat er hier een straat naar hem vernoemd is. In 1687 kopen Symen en zijn vrouw een oud vervallen huis, dat staat aan de Havenstraat. Daar laten ze een nieuw huis met schuur bouwen. Misschien willen ze daar gaan wonen om plaats te maken voor oudste zoon Haaye, die voorbestemd is om de smederij over te nemen. Drie jaar later, in 1690, komt Symen echter te overlijden. Hij is dan 47 jaar oud en wordt dus begraven in de kerk. Dat hij zo ’n prominent graf krijgt, valt, het bovenstaande wetende, beter te begrijpen. Zoon Haaye neemt de smederij over, hij huurt deze van zijn moeder. Ook wordt Haaye de nieuwe dorpsrechter. In 1693 koopt zijn moeder, samen met zoon Yede, het huis van de buren aan de westkant van de smederij, dan nog steeds de bakkerij. De reden daarvoor is onbekend en het is ook niet van lange duur, want niet veel later verhuist de hele familie naar Franeker. De reden daarvoor is niet zo fraai: Haaye Simens wordt tot zijn grote schande veroordeeld voor belastingontduiking. Hij moet een enorme boete ophoesten, wat de familie alleen lukt door de smederij te verkopen. Ook het nieuwe huis aan de Havenstraat en dat van de bakker worden verkocht en wel aan plaatselijke timmerman Wybe Jans. Dat is in de zomer van 1694. Symens weduwe Lutske moet in Franeker in haar eigen levensonderhoud voorzien en begint een uitdragerij in de Dijkstraat. De nieuwe eigenaar van de smederij van Ried wordt de jonge smid Dirk Sjoerds uit Harlingen. Hij koopt het pand met de inventaris en gereedschappen voor 1150 carolusguldens (van 20 stuivers per stuk) van Lutske. Dat is minder dan Symen Haayes in 1664 betaalde, maar de verkoop was dan ook door de boete min of meer gedwongen. Een extra bepaling in het koopcontract is dat Dirk Sjoerds

twee goudguldens moet schenken aan de diaconie van Ried, een traditie bij onroerend goed transacties destijds. In de diaconierekening is die geste inderdaad terug te vinden. In het koopcontract met name genoemde onderdelen van de inventaris zijn het aambeeld, de blaasbalg van het smidsvuur (“puyster”) en de voor het pand staande hoefstal. De voorraad aan ijzer en smidskolen, dat laatste om het vuur mee te stoken, moet na taxatie aan huurder Haaye worden betaald. In maart 1695 laat Dirk Sjoerds zijn eerste kind dopen en zo begint de cyclus van het leven in de smederij aan de Hoofdstraat 17 opnieuw. Een hoefstal was een bouwwerk van houten balken met een dak, dat buiten bij zo ’n beetje iedere smederij stond. Door een paard daarin te zetten, was het gemakkelijker te beslaan. Het wordt ook wel een noodstal of travalje genoemd (de laatste term is afgeleid van het Franse travaille). Op de bekende kopergravure met dorpsgezicht van Ried uit ca. 1790 is die hoefstal, uiterst links op de afbeelding, fraai te zien. Een eeuw nadat dit verhaal zich heeft afgespeeld stond hij er dus nog steeds.

Gezicht op Ried rond 1790. De tekenaar stond ongeveer op de plek waar nu de hoek is van de Hoofdstraat en de Nieuweweg. Uiterst links, half op de afbeelding, de hoefstal en daarachter de smederij (het meest linkse pand). Zo te zien kijken we door de openstaande zijdeur de smederij, met het aambeeld, in.

 

Op deze foto van rond het jaar 1900 is in het midden de smederij goed te zien. Aan het pand is nog niet veel veranderd, maar de hoefstal is verdwenen. De smederij kreeg zijn huidige uiterlijk in 1910. Toen werd de voorgevel een paar meter teruggezet, waarbij de zijdeur verdween en in de voorgevel twee grote schuifdeuren kwamen. Het grote raam links van de oude zijdeur is nog aanwezig.

BRONNEN Voor wie zich afvraagt waar al die bovenstaande informatie vandaan komt, volgt hier een korte toelichting. Er zijn twee belangrijke bronnen: de kerkadministratie van Ried en de archieven van het Nedergerecht van Franekeradeel. De kerkadministratie omvat twee soorten administraties. Ten eerste: de dienstdoende dominee hield een registratie bij van gedoopten (meestal pasgeborenen, maar ook weleens volwassenen) en van de huwelijken die hij sloot. Dit werd genoteerd in de zogenaamde Doop- en Trouwboeken. Ook werden de lidmaten van de kerk bijgehouden, in het bijzonder wanneer mensen in Ried kwamen wonen, of juist vertrokken. Overlijdens werden jammer genoeg niet consequent genoteerd. Deze boeken berusten sinds jaar en dag bij Tresoar en staan op microfilm. Tegenwoordig staan de namen ook in de database van website Allefriezen en met de juiste zoekfilters krijg je bijvoorbeeld zo een overzicht van de kinderen van Symen Haaijes op het scherm. Ten tweede zijn er de zeer uitgebreide kasboeken van de kerkvoogdij en de diaconie. Bij iedere post staat iemands naam en de reden voor de ontvangst of uitgave genoteerd, allemaal brokjes informatie over wat er in Ried vroeger gebeurde. Deze boeken liggen eveneens bij Tresoar, maar zijn niet online in te zien. Gelukkig konden ze me bij Tresoar helpen aan digitale scans ervan, zodat ik ze thuis kan raadplegen.

De tweede belangrijke bron voor de geschiedenis van Ried zijn de archieven van het Nedergerecht van de grietenij Franekeradeel. Een nedergerecht, onderdeel van het grietenijbestuur, was een soort combinatie van een kantongerecht en een notariskantoor. Ook dit archief is bij Tresoar en kan wel online worden ingezien, namelijk op de eerdergenoemde website Allefriezen. Onder andere onroerend goed transacties werden door het Nedergerecht openbaar gemaakt, met vermelding van kopers, verkopers, ligging van het huis, boerderij of landerijen en de verkoopprijs. Dit gebeurde door middel van proclamaties, die zijn opgeschreven in de zogenaamde Proclamatieboeken. Zo kon ik tot 1632 terug traceren wie allemaal eigenaren van de smederij zijn geweest. Ook geldleningen werden door het Nedergerecht geregistreerd en wel in de Hypotheekboeken. Snel toegankelijk zijn al deze boeken niet. Het is allemaal geschreven in oud, slecht leesbaar handschrift en indexen ontbreken vaak, maar de moeite waard is het zeker.