Om de zuivelfabriek (hier in 1925) liep een mooi houten hekwerk. In 1917 waren er een weitap en kaaspakhuis bij de fabriek gebouwd. Het gebouw zelf had in de loop der jaren ook verscheidene verbouwingen ondergaan, welke aan de voorkant niet altijd zichtbaar waren.
In 1909 moet er heel wat drukte in het dorp zijn geweest, want naast een nieuwe school en pastorie onderging de boterfabriek een grote verbouwing en werd het een zuivelfabriek. Hierdoor was het mogelijk om een hogere productie te draaien. Het gedeelte links kreeg een recht opgetrokken voorkant, waarin nog steeds het jaartal 1909 valt te lezen. Het linker gedeelte hiervan was als kantoor in gebruik, in het midden was de melkontvangst.
Nadat de melkbussen waren geleegd werden ze gevuld met wei voor de kalveren en varkens. Wei is de vloeistof die bij de bereiding van kaas overblijft. In de weitap, die in 1917 bij de zuivelfabriek werd gebouwd, was ook een winkeltje met zuivelproducten zoals boter, kaas, rijstepap en karnemelksepap. Op de bovenverdieping was een voorraadzolder. Zomers kon men aan het raam ijs kopen, dat heel erg lekker moet zijn geweest. Ook ging er iemand met een ijscokar langs de dorpen in de omgeving.
Met paard en wagen werd de melk bij de zuivelfabriek afgeleverd. De melk kwam niet alleen van de Riedster boeren, maar ook van boeren uit omliggende dorpen. Het gebouw links was de machinekamer. Op de wagen staat Rintje Bokma. Bij het zwarte paard staat melkrijder Laurens Herrema.
Ook in het jaar 1925 hield het bestuur van de fabriek een vergadering in het café. Aan tafel zitten Klaas Wassenaar en Fokke Zeinstra (beiden uit Peins), Durk Siderius (Ried), Bouke Roorda (Klooster Anjum) en Theunis Fokkema (Ried). Staand Jacob Jansma die een jaar eerder op 28 jarige leeftijd naar Ried was gekomen om directeur van de zuivelfabriek te worden, een functie die hij tot de sluiting in 1936 behield.
Een luchtfoto van de voormalige zuivelfabriek en omgeving omstreeks 1953. Na de sluiting werd het complex gekocht door de Friese Coöperatieve Handelsvereniging voor Zaaizaad en Pootgoed (ZPC). De boeren in de kleibouwstreek stelden zich meer en meer in op het verbouwen van pootgoed en daarom richtte de ZPC zich steeds meer op het kweken van nieuwe rassen. Met de aankoop van de voormalige zuivelfabriek en een perceel land werd een begin gemaakt met het kweekwerk.
Daan Groen en zijn personeel: Wiebe van der Ploeg, Piet Groen, Daan Groen en Durk van Wier (Peins).
Een met vlas geladen vrachtauto van de ZPC uit Leeuwarden op het terrein van de fabriek. De auto werd bestuurd door Wieger Terpstra uit Ried. Hij begon zijn chauffeursloopbaan bij zijn schoon- vader Tjerk IJsselstein, die een vervoersbedrijf had.