Stichting Oud Ried.

Stichting Oud Ried
 
sinds 1998
 
Houdt zich bezig met het verzamelen van foto’s en verhalen over mensen,
gebouwen en gebeurtenissen uit Ried.
 
 
April 2022.
Bron: Leeuwarder Courant 11 november 1968.
 
Alarmsysteem geeft gevoel van zekerheid.
 
Bejaarden van Ried gebruiken de knop.
 
 
Eén druk op een wit knopje en mevrouw Tiete Tilstra – van der Weij rent naar “haar” bejaarden. Mevrouw Tilstra woont in de dr. Vitus Ringersstraat in Ried, waar zij de zorg heeft voor de bewoners van tien bejaardenwoningen van de Stichting “Martena,” die in Tzum het bejaardenoord “Martenahiem” exploiteert. De vijftien bewoners van de bejaardenwoningen in Ried – echtparen en alleenstaanden – zijn door middel van een alarminstallatie met de woning van mevrouw Tilstra verbonden. Zij staat dag en nacht voor hen klaar
 
 
Dit is de voormalige beheerderswoning van het complex van tien bejaardenwoningen aan de Dr.Vitus Ringersstraat/Zevenhuisterweg. Links van de beheerderwoning bevond zich de recreatieruimte met hieraan vast nog vijf bejaardenwoningen. Aan de Zevenhuisterweg staan nog vier woningen.
Waar de bejaarden zich ook in hun woning bevinden – in de huiskamer, de slaapkamer, op het toilet of in de doucheruimte – steeds is een knopje binnen bereik. Dat geeft een gevoel van zekerheid, vooral nu in de praktijk reeds meermalen gebleken is hoe doeltreffend een seintje werkt. Geeft niet op welk moment: mevrouw Tilstra, in sommige gevallen haar man, staat hen bij. Deur op slot is geen probleem: zij opent met een loper alle deuren.
 
De bejaardenwoningen vormen met de eengezinswoning van de familie Tilstra een in het oog springend complex. Het is allemaal nog zo nieuw, dat de tuin nog moet worden aangelegd. Tegenover de rij woninkjes staan nieuwe woningwetwoningen, waarin over het algemeen jonge gezinnen wonen. Ook dat geeft de bewoners van de bejaardenwoningen een prettig gevoel. “Wy wenje tussen it folk,” zegt de 74-jarige weduwe G. Scheen – Visser.
 
 
Mevrouw Scheen moest vorig jaar hals over kop vluchten uit haar woninkje, toe dat – samen met de andere die gebouwd waren in een oude boerderij – door brand verwoest werd. Van haar huisraad of kleren bleef niets over: alles ging verloren. Hoewel die gebeurtenis meer dan een jaar geleden plaats had, moet zij nu nog wennen aan “dat moderne goed.” Maar over de woning is zij vol lof. “Wie had dat ooit kunnen denken?”
 
 
Even verder woont het echtpaar Zijlstra. Zij kwamen uit een krotwoning aan de Berlikumerweg. “Donker – nooit zon – damp en tochtig,” beschrijft mevrouw Zijlstra haar elfjarige ellende daar. Zij heeft er reumatiek aan overgehouden. Dat betekende slecht ter been en nooit meer handwerken: haar grote liefhebberij, zoals de vele kleedjes, geborduurde kussens en wandversieringen getuigen. “Daarom verveel ik me wel eens”, bekent zij. “Maar het wonen hier is erg fijn. Vooral die centrale verwarming, die het hele huis behaaglijk maakt.” Haar man – lui achteroverliggend in een brede stoel – luistert lachend naar haar verhaak. “Ik ha wit hjir bêst”, vertelde hij. “Jo witte net hwat jo oerkomt.”
 
 
“Martena” zou de dienstverlening aan de bejaarden in de woningen – bij het complex hoort een recreatiezaal, een wasserette en een bad- en doucheruimte – graag willen uitbreiden tot alle bejaarden in Ried. “Maar dat moet wennen,” aldus de heer G. J. Nab, directeur van het bejaardenoord in Tzum. “Volgende week beginnen we met een bejaardensoos. Er is er al eentje, een hele fijne zelfs, waar de mannen (vrouwen komen er, geloof ik, weinig) kunnen doen en laten wat ze willen. Maar die is oud en maar klein. De onze is ruimer en we willen beginnen met enkele leuke activiteiten, zowel voor de mannen als voor de vrouwen. “Martenahiem” ziet Ried als een stuk open bejaardenwerk.