Tsjerkepaad 2020

Terug naar index.
Afgelasting Tsjerkepaad 2020
 
Dit jaar zou de kerk van Ried voor de vijfde keer deelnemen aan it Tsjerkepaad, de openkerkenroute waaraan zo’n 250 Friese kerken deelnemen. Maar helaas, door de coronacrisis heeft de organisatie van dit jaarlijks terugkerend evenement besloten om de kerken niet open te stellen. De veiligheid van mensen, vrijwilligers en bezoekers, staat voorop. Hierdoor vervallen ook de exposities die door Keunst yn Tsjerken in de opengestelde kerken wordt georganiseerd.
 
Ondanks dat de regels betreffende de corona inmiddels langzaamaan versoepelen is er nog geen bericht van Tsjerkepaad gekomen dat de kerken dit jaar alsnog open kunnen. Daarom rekenen we er op dat we volgend jaar weer gasten kunnen ontvangen.
 
Het jaarthema van Tsjerkepaad was dit jaar “Mijn Kerk-mijn verhaal”. In het kader van 75 jaar bevrijding was Stichting Oud Ried van plan om een en ander te vertellen over de kerk in de oorlogsperiode. Omdat dit nu niet mogelijk is brengen we dit stukje oorlogshistorie in it Kattebeltsje onder de aandacht.
 
 
 De kerk  en de dominee
 
Tijdens de oorlogsperiode was de saamhorigheid in het dorp groot. Veel mensen bezochten zondagsmorgens de kerk welke iedere keer weer vol zat. Het wekelijkse bezoek aan de kerk was voor veel mensen een vertrouwd houvast in deze onzekere en angstige tijden. Toen in 1944 ds. Postma werd opgevolgd door ds. Scheepstra kreeg deze veel aanhang. Hij preekte  felle anti-Duitse teksten vanaf de kansel. De Duitsers waren hier al snel van op de hoogte en brachten regelmatig een bezoek aan de pastorie. Daar haalden ze de boel overhoop op zoek naar zaken die zouden wijzen op illegale activiteiten. Grote schrik toen op zeker moment (was het na de aanslag op Griet Sinnema?) de overvalwagen bij de kerk stopte. Bij de huiszoeking in de pastorie hebben de Duitsers zelfs door het plafond geschoten, maar geen dominee te vinden. Blijkbaar werd hij altijd op tijd gewaarschuwd. Ook de kerk  hebben ze wel doorzocht. De kerktoren is meerdere malen gebruikt als schuilplaats. Niet alleen dominee heeft daar wel ondergedoken gezeten, ook andere personen maakten hier gebruik van. Zo moesten Albert Schotanus en zijn zoon Johannes in april/mei ’44 onderduiken. Thuis was het niet meer veilig en besloten werd om zich in de kerk te verschuilen. Je kon in die tijd niemand vertrouwen, want overal loerde de verrader. Alleen koster Hendrik Rijpma, die hen ook van eten voorzag, en bakker Frits Dokter waren op de hoogte. Zij woonden beide aan het Kerkpad en konden waarschuwen als er onraad was. Vader en zoon sliepen op een baal stro met een koeiendeken erover op de verdieping waar het uurwerk zich bevindt. Op zekere nacht rond een uur of drie schrok Albert wakker van een vreemd geluid, waarna hij Johannes wekte. Met een knijpkat een soort zaklampje) konden ze de oorzaak van het vreemde geluid ontdekken. Het stro en een punt van de koeiendeken waren om de stang van het uurwerk gedraaid! Met veel pijn en moeite lukte het hen om de zaak weer los te krijgen, maar ja hoe laat zou het zijn? Een horloge hadden ze niet. Ze schatten dat de klok een uur had stilgestaan. De volgende morgen bleek dat ze er maar 5 minuten naast zaten!
 
 
De klokken uit de toren
 
Op 18 juni 1941 kwam een verordening, die bij veel mensen grote verontwaardiging veroorzaakte. Iedereen moest alle voorwerpen van koper, nikkel, tin en lood inleveren. De Duitsers somden, om misverstanden te voorkomen, meteen ook de mogelijkheden op om kannen, bekers, bloempotten, asbakken, vogelkooien, ketels, eet- en drinkgerei, fruitschalen enz. in te leveren. De achtergrond van deze verordening was voor veel mensen al snel duidelijk. De Duitse wapenindustrie begon door zijn grondstoffen heen te raken. Dat was voor veel Nederlanders reden om vooral geen gehoor te geven aan het bevel tot inlevering. Veel mensen begroeven hun bezitting in de tuin om het na de oorlog weer op te graven.
 
Een andere zeer ingrijpende was het roven van klokken uit de kerktorens om deze vervolgens om te smelten tot granaten en ander wapentuig. Historisch was het altijd al zo geweest dat kerkklokken in oorlogstijden gebruikt konden worden voor wapenproductie. Ook de klokken van Ried moesten het ontgelden. Ds. Postma heeft de klokken, nadat ze door de bezetters uit de kerktoren waren gehaald, nog vlug op de foto  gezet voor ze werden afgevoerd. De kleine klok heeft de oorlog niet overleeft, de grote klok gelukkig wel. Doordat de industrie in Hamburg zwaar was getroffen door de bombardementen hadden de omsmelters een achterstand opgelopen met verwerken van het klokkenbrons en werd daar na de oorlog nog een enorme voorraad klokken aangetroffen. De grote klok van de Riedster kerk is in november 1945 met een scheepslading teruggekomen in Harlingen en tot grote vreugde van de dorpsbewoners weer in de toren teruggeplaatst. De kerkklok vertegenwoordigde in die tijd een belangrijke functie in het leven van alledag. Vooral  de arbeiders op het land wachten op het luiden van de klok om kwart voor twaalf en kwart voor zes ten teken dat het etenstijd was. Voor de kinderen die in het dorp speelden  was dit ook het sein om naar huis te gaan.
 
 
 
De organisatie van Tsjerkepaad in Ried i.s.m. Stichting Oud Ried