Hongerwinter.

 
Maart 2020
 
Hongerwinter
 
De laatste Oorlogswinter werd een zware periode. In september 1944 had de Nederlandse regering in Londen opgeroepen tot een algehele spoorwegstaking. Ze wilden ervoor zorgen dat het Duitse troepentransport werd lamgelegd, zodat de geallieerden hun luchtlandingen bij Arnhem konden uitvoeren. De Spoorwegstaking werd een succes: 30.000 man spoorwegpersoneel dook onder, met financiële steun vanuit Londen. Toch viel uiteindelijk het resultaat van de staking tegen. De Duitsers gingen hun eigen treinen gebruiken voor het troepen– en goederenvervoer. Als reactie op de Spoorwegstaking werd het voedseltransport naar West-Nederland door de Duitsers verboden. Na zes weken werd het verbod ingetrokken, maar de toevoer bleef gestremd door het onttakelde spoorwegnet en de Duitse vordering van goederen. Gas en elektriciteit werden afgesloten en de aanvoer van kolen uit het bevrijde zuiden viel weg. Alle beschikbare energie in Nederland was bestemd voor het Duitse leger. Om aan brandstof te komen kapten mensen bomen en sloopten ze leegstaande huizen.
 
Door al deze maatregelen heerste er in de strenge winter van 1944/45 in de steden grote hongersnood. Er waren nog genoeg bonnen in omloop, maar de hoeveelheid voedsel die ‘op de bon’ kon worden verkregen daalde sterk. Daarom trokken tienduizenden mensen vanuit de steden naar het oosten en noorden van Nederland, in de hoop nog iets te kunnen kopen. Gedurende deze tochten werden honderden kilometers te voet of per fiets afgelegd. In de Hongerwinter stierven meer dan 20.000 Nederlanders de hongerdood.
 
Er werden diverse initiatieven genomen om de hongersnood te bestrijden. De gezamenlijke kerken brachten 50.000 ondervoede stadskinderen onder in Noord- en Oost-Nederland.
 
In januari 1945 kregen alle inwoners van Ried een schrijven van de Burgemeester en Wethouders van Franekeradeel met de berichtgeving  dat een groot aantal evacués uit verschillende delen van het land ondergebracht moesten worden. Bij weigering konden zeer strenge maatregelen genomen worden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De eerste keer dat er een groep kinderen naar Ried onderweg was, kwam de bus een dag later vanwege de hevige sneeuwbuien. Later zijn er nog een paar keer honger-evacués gekomen.
 
Hoeveel evacués ons dorp opgenomen heeft is niet bekend, maar waarschijnlijk waren er in elk gezin wel één of meer. Zo kwamen op de Pastorielaan o.a. twee jongens, die  geen familie van elkaar waren, bij Minne en Trijntje Meijer en bij Hobbe en Klaske Meijer kreeg een meisje onderdak. Haar jongere zusje had een plekje bij slager Johannes Donia op de Berlikumerweg gekregen, maar miste haar zus zo dat ze elke dag moest huilen. Ze hebben haar toen ondergebracht bij Jelle en Jantsje van Zandbergen, die naast Hobbe en Klaske woonden. Zo konden de zusjes elkaar regelmatig zien en met elkaar spelen.
 
Het viel niet altijd mee om evacués op te vangen. Deze vreemde mensen hadden zo hun eigen gewoontes en sommigen waren brutaal, niet schoon, staken geen hand uit of gedroegen zich niet correct. Anderen integreerden goed in het dorp. Robbie de Krieger, die een plekje had gekregen bij Cees en Griet Meijer, had het daar goed naar zijn zin en ging mee naar het land om de koeien te melken. Eerder waren Wilhelmus(Wim) en Sytske Cozijnse al vanuit Leerdam op de boerderij van Ouwe en Hinke Vellinga in Klooster Anjum gekomen. Wim ging mee het land op en ging in Ried op dansles.
 
 
Wim Cozijnse staat achter Jan Hiemstra op de trekker.
 
 
 
 
Ook kwamen steeds meer mensen uit Holland op oude fietsen of lopend met kinderwagens om te proberen hier wat eetbaars te halen. Op zekere avond klopten twee hongerige Amsterdamse jongetjes, die helemaal lopend over de Afsluitdijk waren gekomen, bij Nammen en Akke Ennema op de deur en vroegen of ze wat te eten konden krijgen. Eén jongen is de rest van de oorlog bij hun gebleven, de andere is naar Slappeterp gegaan. Ook Willy Jurgens kwam met kinderwagen over de Afsluitdijk en is een tijd bij Auke en Sjoukje de Haan in huis geweest.
 
In september 1947 kregen de ‘Friese Pleegouder’, die in de Hongerwinter kinderen hadden opgevangen, van het Laboratorium van de Bataafse Petroleum Maatschappij (de huidige Koninklijke Shell) een  uitnodiging om naar Amsterdam te komen voor het in ontvangst nemen van een onderscheiding. Gezamenlijk kwamen zij op een groepsfoto en iedereen kreeg een herinneringsmedaille.
 
 
 
Stichting Oud Ried
 
 
Terug naar index.