IJsclub Ried.
Stichting Oud Ried.

Eind 1998 zijn een groepje enthousiaste mensen begonnen met het uitzoeken van de geschiedenis van het dorp Ried. Het doel van onze stichting is het archiveren en in kaart brengen van alles wat met Ried te maken heeft. Tevens houden wij regelmatig tentoonstellingen, lezingen en dia- en filmvoorstellingen in ons dorpshuis. Wij zijn dus altijd op zoek naar personen die ons verder kunnen helpen met o.a. foto’s krantenknipsels, anekdotes, landkaarten, prentbriefkaarten (ansichtkaarten) en alle andere voorwerpen die betrekking hebben op het dorp RIED. Ook informatie over de zuivelfabriek, het tichelwerk, de gasfabriek, school, kerk, de kleine middenstanders en het agrarische leven uit ons dorp zijn van harte welkom. U begrijpt, wij zijn op zoek naar alle mogelijke informatie over Ried. U kunt ons bereiken via de mail: oudried@live.nl

Postadres: Sjoukje Hibma
                  De Rombade 9
                  8811 HT Ried
                  tel:0517-269494

Februari 2018

Ijsvereniging/IJsclub Ried
Waarschijnlijk bestaat de IJsclub Ried dit winterseizoen 140 jaar. Helaas is nergens een exacte datum van oprichting te vinden. Wel staat in de notulen (die vanaf 1914 bewaard zijn gebleven) dat op 12 januari 1938 het 60 jarig jubileum is gevierd, maar tot onze verbazing lezen we verderop dat op zaterdagavond 31 januari 1953, de nacht van de watersnoodramp in Zeeland, er een grote feestavond in café Pekel wordt gehouden vanwege, jawel! het 80 jarig bestaan!! Is het jaar van oprichting nu 1878 of 1873? Dan maar bij de IJsbond en Tresoar aankloppen of die ons informatie kan verschaffen, maar dit heeft niets opgeleverd. De IJsclub noemde zich de eerste decennia IJsvereniging, pas later is de naam IJsclub langzaamaan in gebruik genomen en zo staat de vereniging ook ingeschreven bij de kamer van Koophandel.













Het bestuur, dat uit 5 bestuursleden en 4 commissieleden bestond, vergaderde aan het begin van het winterseizoen, waarna de ledenvergadering volgde. Hierin werd o.a. besproken welke wedstrijden er met sterk ijs zouden worden uitgeschreven. Ook toen kampte men al regelmatig met een lage opkomst van de leden. Om hen toch naar de vergadering te krijgen werden er een paar schaatsen onder de aanwezigen verloot. De bestuursleden hadden over het algemeen lang zitting in het bestuur: Siebren van Zandbergen was 33 jaar secretaris en ook Anne Ekes van de Ploeg heeft ruim 30 jaar de notulen bijgehouden, Minne C. Meijer was 40 jaar bestuurslid en Symen van Wijk 42 jaar; eerst als secretaris en daarna 32 jaar als voorzitter, tot zijn 82ste!
De eerste decennia van het bestaan van de vereniging werden de uitgeschreven wedstrijden op de grote vaart “It Wiid” gehouden. In 1920 kreeg men de mogelijkheid om het “Leeg” in de winterperiode, van 1 december tot 1 maart, als ijsbaan te gebruiken  Dit lage stuk land aan it Wiid, waarvan de noordwest hoek tot 1947 in gebruik was als vuilstort, verkreeg zijn lage ligging eind 19de eeuw door de afgraving van klei voor de steenfabriek. Het land was (en is nog steeds) eigendom van de kerk en toentertijd in gebruik bij Durk Siderius. Met vele vrijwilligers werden de oevers rondom opgehoogd, zodat in de wintermaanden het water erop bleef staan. De ijsbaan, die via de Anemareed te bereiken was,  was in de eerste plaats bestemd voor de jeugd, bij voldoende ijssterkte mochten ook ouderen er gebruik van maken. Dat de ijsbaan in een behoefte voorzag blijkt wel uit het feit dat het ledental die eerste winter aanmerkelijk steeg. Zodra het ijs sterk genoeg was werd dit bekend gemaakt met een bord bij de ingang met de tekst: “Alleen toegang voor schoolkinderen”. Later werd dit door voorzitter Simon van Wijk op school bekend gemaakt, een moment waar de jeugd meestal al dagenlang reikhalsend naar uit had gekeken.
Met een ijsbaan tot hun beschikking kon de IJsvereniging eerder wedstrijden uit schrijven. Ten eerste natuurlijk voor de schoolkinderen en leden. Daarnaast werden er ook wedstrijden voor rijders uit de omliggende gemeentes (Barradeel, Franeker, Menaldumadeel, Littenseradeel en Het Bildt) georganiseerd en dan waren er nog hardrijderijen voor jonge mannen en vrouwen uit de provincie. Hier was altijd een grote belangstelling voor, want er waren mooie geldprijzen te winnen. De wedstrijden werden bekend gemaakt via een bericht in de krant en aanplakbiljetten in de omgeving. De ijsvereniging beschikte over een speciale wedstrijdslee waarop een paal was bevestigd met aan weerzijden een gleuf waarin de wedstrijdnummers werden geschoven. Deze slee is er nog steeds, maar wordt niet meer gebruikt.
Dat het wedstrijdenrijden op natuurijs een serieuse zaak was blijkt wel uit het feit dat bestuursleden de avond voor een belangrijke wedstrijd met ketels gekookt water over de baan gingen om de scheuren op te vullen zodat die er de volgende dag mooi glad bij lag. Daarnaast waren de baanvegers, die aangesteld werden door de vereniging, natuurlijk onontbeerlijk. Dit waren meestal boerenarbeiders die in de vorstperiode zonder werk zaten en zo een centje bijverdienden. Zij zorgden met bezems aangeschaft door de vereniging ervoor dat de ijsvloer schoon van sneeuw en stof was. Sommige jaren sneeuwde het zo erg dat zelfs de baanvegers het ijs niet sneeuwvrij konden houden. De baan werd later schoongeveegd met een omgebouwde maaimachine, waar een borstel voorop was gemonteerd.
Het bestuur tijdens het 60-jarig jubileum in 1938. Achter: Andries Tilstra (timmerman), Ale Jans van der Ploeg (paardenkoopman), Arend Terpstra (boer), Frans de Vries (smid), Minne Meijer (aardappel- en uienhandelaar). Vooraan: Sybren van Zandbergen (fietsenmaker en pomphouder), meester Koning, Simon van Wijk (aardappelhandelaar en commissionair) en Cees R. Meijer (boer en veehandelaar).

Het onder water zetten van het Leeg was de eerste jaren wel een punt, het moest zo voordelig mogelijk. In 1924 kwam er een tjasker, zo'n soort molentje als op de foto, maar dan met twee wieken. Deze  zorgde ervoor dat het Leegje onder water kwam te staan, wat soms dagen in beslag nam. Hij werd n.l. op de noordoosthoek van het Leegje aan het begin van de oude haven opgesteld en dan moest de wind wel uit het westen komen anders draaide hij niet. De kinderen mochten graag even een kijkje nemen als het molentje aan het malen was, maar als Simon van Wijk dat in de gaten kreeg werden ze er hardhandig weggestuurd.  Zodra er genoeg water op het Leeg stond werd de molen direct weer afgebroken en bij Simon in de schuur opgeslagen en werd daarom Siems molen genoemd. Later toen deze molen niet meer gebruikt kon worden vanwege ouderdom werd overgegaan op een centrifugaal motorpompje, die op een karretje stond en op benzine of olie draaide. Deze werd bediend door bestuursleden Jan Hiemstra uit Klooster Anjum en smid  Riekus Sloots. Vanaf 1955 werd het water met een tractor op het Leeg gepompt. Maar het gebeurde ook dat de waterstand zo hoog was dat het Leeg vanzelf onder liep en pompen niet nodig was.
Natuurlijk kon een koek en zopie tent niet ontbreken op de ijsbaan. Vanaf de jaren '20 verpachtte de ijsclub de consumptietent telkens voor 3 seizoenen met sterk ijs. Dus geen winter, dan was de pachter ook geen geld aan de IJsclub verschuldigd. Durk Harms van der Ploeg, die in het stelpje aan de Anemareed woonde en al eerder door de ijsvereniging was aangesteld als toezichthouder, is bijna 30 jaar pachter van de koek en zopie tent geweest. Hij en zijn vrouw Hendrina hadden de nodige ervaring, want thuis hadden ze een staand drinkgelag, wat inhield dat er alleen licht alcoholische dranken geschonken mochten worden. De schippers die Ried over It Wiid passeerden, konden via de opvaart bij Durk en Hendrina komen. Nadat Durk Harms in jaren '50 met de koek en zopie stopte vanwege zijn hoge leeftijd, stonden bestuursleden zelf in de koek en zopie tent. Tegenwoordig is men in het bezit van een schaftkeet voor de verkoop.
In de ledenvergadering van 7 december 1928 komt het bestuur met het voorstel om de ijsbaan elektrisch te verlichten. Andries Tilstra, een jaar eerder door het P.E.B. als erkend installateur in Ried aangewezen, had hiervoor een opgaaf van kosten gemaakt: aansluiting gemeente is f2.00, draagpalen met armaturen en verdere kleinigheden kost f3.00, het loon voor plaatsing met behulp van de baanvegers f4.00 en dan nog 4 lampen á f2.55. Het bestuurvoorstel werd met algemene stemmen aangenomen. Een van de eerste keren dat de lampen 's avonds zouden branden werd dit in de omgeving bekend gemaakt en met succes! Er was die avond veel belangstelling en het leverde ook weer nieuwe leden op. Omdat een paar jaar eerder muziekkorps Lyts Begjin was opgericht, leek het het ijsclubbestuur wel wat om het korps op drukbezochte dagen op de ijsbaan te laten spelen. Omdat blazen in de kou niet mogelijk is, zou de muziektent van het kaatsveld naar de ijsbaan moeten verhuizen. Of dit ooit daadwerkelijk is gebeurd valt in de notulen niet te lezen.
De eerste twee oorlogswinters waren streng en werden er de nodige wedstrijden gehouden, de daaropvolgende winter was niet erg koud. Voor de winter van '43/'44 kwam er een schrijven van de de Bond van IJsclubs dat er geen wedstrijden mochten worden gehouden, uitgezonderd die voor schoolkinderen en leden. De ledenvergadering moest dat jaar al om 9 uur worden beeindigd i.v.m. de spertijd. Even gezellig nazitten zat er toch al niet in, want er waren geen sigaren en gedestileerd meer voorhanden. Eind 1944 werd er geen contributie opgehaald, maar het werd niet een erg strenge winter, dus konden er toch geen wedstrijden worden gehouden. In de winter van '45/'46 werd de draad weer opgepakt.
In de winter van '65/'66 werd er nieuwe verlichting rondom de ijsbaan geplaatst. Nu er weer een goede elektrische installatie was is een jaar later een muziekinstallatie aangeschaft. Hieltje Rodenhuis verzorgde de muziek op de ijsbaan, wat vooral 's avonds een gezellige sfeer gaf. In de jaren '80 zijn de houten lantaarnpalen vervangen door metalen lichtmasten, die schuin over de ijsbaan en op de hoeken kwamen te staan, en is het bruggetje bij de Havenstraat er gekomen.
Hardrijden voor de schooljeugd in de jaren '80. Chris Houtsma (links) en Durk Faber strijden tegen elkaar onder het toeziend oog van Anne Ekes van der Ploeg.
Door de jaren heen is er een grote variatie aan de wedstrijden voor leden en niet-leden geweest: paarrijden van jongen met meisje tot 16 jaar hand in hand, 3 aan de stok (2 man en 1 vrouw), hardrijden om spek (later werd dat worst en kaas). Estafette rijden en rijderij met de slee, waarbij de man de vrouw in de slee voortduwde. Een aantal keren zijn er tegen de dooiperiode prikslee wedstrijden gehouden tot groot vermaak van deelnemers en publiek!
Naast alle hardrijderijen die de IJsclub in de loop der jaren heeft georganiseerd waren in  1917, 1929, 1947 en 1954 de arresleewedstrijden op It Wiid hoogtepunten, waar elke keer veel publiek op afkwam. En verder natuurlijk de Elfstedentocht, die langs ons dorp voert en waar veel belangstellenden naar komen kijken, waarbij de koek en zopie tent goede zaken doet!

Stichting Oud Ried