Schoolherinneringen.
Ried omstreeks 2000

Rond 2000 is Ried een heel stuk groter. Al in de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw ontstond er lintbebouwing aan de (nieuwe) Dongjumerweg, de Berlikumerweg, de Zevenhuisterweg en de Pastorielaan. Ten noorden van het dorp is wat verspreide bebouwing ontstaan bij de haven en aan de Nieuweweg.De meeste nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden tussen de bestaande bebouwing in. Pas in de laatste decennia is er een nieuwe buurt verrezen aan de oostkant van het dorp. Nu is men bezig met een nieuwe uitbreiding aan de zuidkant.
Mei 2019

Schoolherinneringen
De reüniecommissie kwam 16 mei weer bij elkaar. De aanmeldingen voor de schoolreünie op 28 september druppelen gestaag binnen, de teller staat inmiddels op 80. Omdat niet iedereen op Facebook kijkt of it Kattebeltsje ontvangt, zijn er deze maand brieven naar oud-leerlingen buiten Ried verstuurd. Natuurlijk hopen wij op deze manier dat nog meer reünisten zich opgeven. Toch is het onmogelijk om alle oud-leerlingen te bereiken en daarom rekenen wij erop dat men de schoolreünie  zoveel mogelijk bij familie en vrienden bekend maakt.
Ook hebben wij al wat materiaal voor ons boekje binnen gekregen. Bovendien kunnen we hiervoor uit ons archief putten. Toch hopen wij nog meer herinneringen, foto's en anekdotes van school binnen te krijgen. Dus aarzel niet en stuur een berichtje naar  schoolried@outlook.com  
Het wekelijkse zingen, zowel in Nederlands als in het Fries, is zo'n schoolherinnering. Een van de favoriete Friese liedjes die tijdens de zangles in de hoogste klassen werd gezongen was “Wat bistû leaflik, rizende simmermoarn”. Het is een van de vele gedichten van Waling Dykstra (Vrouwenparochie, 14 augustus 1821 - Holwerd, 15 januari 1914, Fries schrijver en voordrachtskunstenaar) welke op muziek werd gezet. De tekst hiervan luidt:

Wat bistû leaflik, rizende simmermoarn!
't Opgeande sintsje laket my oan.
't Hoantsje kraait kûkelû, 't douke ropt rûkûkû,
Ik wol ek sjonge fleurich fan toan.
Alles wat libbet docht der nou sines bij,
Fôltsjes en kealtsjes, hynders en kij.
Guoskes dy't snetterje, skiepkes dy't bletterje,
Lamkes dy't springe, nuvere blij.
't Ljurkje yn'e wolken, d'eintsjes yn't lizich wiet,
Moskjes en sweltsjes, elts sjongt syn liet.
Earbarren klapperje, ljipkes wjukwapperje,
Skries op'e hikke ropt grito-griet.
'k Woe foar gjin gûne dat'k jit te sliepen lei,
't Is my sa noflik ier op'e dei.
Protters dy't tsjotterje, eksters dy't skatterje:
Alles is fleurich, ik bin it mei!
Andere liedjes waren o.a. It Feintsje fan Menaam en Vader Jacob. Dit laatste kon met drie klassen in een lokaal mooi in canon worden gezongen. Gezamenlijk zingen was best wel leuk, maar voor een rapportcijfer moest individueel worden gezongen. Je zangkunsten naar voren brengen terwijl je alleen voor de klas stond was voor zowel de leerling als de toehoorders soms een ware beproeving.

Stichting Oud Ried en de reüniecommissie.