Stichting Oud Ried.
Stichting Oud Ried.

Eind 1998 zijn een groepje enthousiaste mensen begonnen met het uitzoeken van de geschiedenis van het dorp Ried. Het doel van onze stichting is het archiveren en in kaart brengen van alles wat met Ried te maken heeft. Tevens houden wij regelmatig tentoonstellingen, lezingen en dia- en filmvoorstellingen in ons dorpshuis. Wij zijn dus altijd op zoek naar personen die ons verder kunnen helpen met o.a. foto’s krantenknipsels, anekdotes, landkaarten, prentbriefkaarten (ansichtkaarten) en alle andere voorwerpen die betrekking hebben op het dorp RIED. Ook informatie over de zuivelfabriek, het tichelwerk, de gasfabriek, school, kerk, de kleine middenstanders en het agrarische leven uit ons dorp zijn van harte welkom. U begrijpt, wij zijn op zoek naar alle mogelijke informatie over Ried. U kunt ons bereiken via de mail: oudried@live.nl

Postadres: Sjoukje Hibma
                  De Rombade 9
                  8811 HT Ried
                  tel:0517-269494


November 2018

Eind vorig jaar werden wij van Stichting Oud Ried er op geattendeerd dat Ton van Dijk na zijn verhuizing uit Schingen een artikel in het dorpskrantje 'de Omropper' van Schingen-Slappeterp had geschreven. In overleg met de redactie van 'de Omropper' en met Ton van Dijk hebben wij toestemming gekregen om dit artikel ook in onze dorpskrant te plaatsen.
Heimwee
In l972 kochten wij als vakantieverblijf een tamelijk vervallen landarbeidershuisje in Ried, Friesland. In de bouwhoek van de provincie, waar zowel grasland was als bouwland voor aardappelen, veel aardappelen, suikerbieten, maïs en losse plukjes graan, graszaad en erwten. Vlak land vanaf de Waddendijk tot diep in het achterland, sloten, smalle weggetjes, met losse hand gestrooide dorpjes herkenbaar aan hun torenspits. Ik leerde er kaatsen, de nauwelijks uit te leggen sport van drie tegen drie met een piepklein keihard leren balletje, een soort tennis met de hand, zonder net in het midden maar wel gebonden aan voor- achter- en zijlijnen. In het dorp van vierhonderd inwoners kaatsten zo'n honderd mensen min of meer actief in de dorpscompetitie (en sommigen hoger), van die honderd waren er twintig het slechtst, die speelden in de C-klasse. Van die twintig ben ik één keer kampioen geweest bij de jaarlijkse Merkepartij, de kermispartij. Dan krijgen de drie winnaars een krans om hun nek en de naam van de koning, door de jury als beste gekozen van zijn partuur, wordt voor eeuwig in de wisselbeker gegraveerd. Koning in de C-klasse, een mooiere sportprijs heb ik in mijn leven niet gewonnen.
                                       Dongjumerweg nr. 18 (links) was van 1972 tot 1991 de recreatiewoning van Ton van Dijk en zijn vrouw Marianne.


Omdat we van Friesland waren gaan houden en omdat mijn vrouw een uniek plekje te koop zag staan, belegden we in l991 de oprotpremie die ik kreeg voor mijn mislukte hoofdredacteurschap van Panorama in een boerderijtje achter het kerkje in Skingen, een nog kleiner dorp iets verder van Ried. We gingen er permanent wonen. Daar kaatste ik nog een enkele keer mee, totdat blessures en het niet kunnen betalen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen mij afscheid lieten nemen van het actieve kaatsen. Sportblessures? Welnee, zwakke enkels, pijnlijke schouder, minder door overbelasting dan door het gestaag met alcohol wegspoelen van de smering tussen kraakbeen en botten. Mijn vrouw en ik hebben in Skingen bijzonder mooie jaren van ons leven gehad. Een prachtige plek, met een halve hectare tuin, voor het huis bijna een boomrijk parkje, gras omzoomd door perken en borders met achter het huis een oneindig uitzicht over de landerijen.  Landschap dat langzaam, bijna onmerkbaar veranderde. Minder koeien, meer leeg raaigrasland, meer maïs, meer windmolens, steeds grotere stallen, steeds grotere machines voor het rooien van de aardappelen en bieten en het tot balen verwerken van het gemaaide gras. Nog steeds weids, dat wel. Gelukkig met de laatste jaren een klein beetje hoop voor de toekomst: een ietsje pietsje meer wilde bermen en akkerstroken die wat later gemaaid worden en tot dan kleurige linten door het land trekken. Het kaatsen had mij nog steeds in zijn greep. Passief, dat wel. 's Zomers vieren alle dorpjes op hun eigen tijd de kermis. Elk dorp versierd met vlaggetjes, uitgezaagde sprookjesfiguren, verklede poppen, kunstige bouwsels van strobalen of ander spul, al naar gelang het thema. En in het kaatsgedeelte van Friesland (ruwweg kennen de zand- en veengronden deze traditie niet) altijd een kaatspartij, zondags voor de hoofd- of eerste klasse, zaterdag of maandag voor de dorpsbewoners zelf. Wanneer ik langs reed moest ik even stoppen om op het kaatsveld te zien. Maar het summum van deze traditie is de jaarlijkse PC, dé grote kaatspartij op het Sjûkelân midden in Franeker. De PC, pc staat voor Permanente Commissie, het exclusieve gezelschap dat de kaatswedstrijd organiseert, wordt wel het Wimbledon van het kaatsen genoemd. Een beetje grootspraak, want het kaatsen wordt maar in een deel van Friesland beoefend, maar ook weer niet, want die dag, de vijfde woensdag na 30 juni, is een heilige dag in Friesland. Van oudsher een vaste vrije dag voor de landarbeiders, toen die er nog in grote getale waren. De beste kaatsers vechten in 16 parturen een hele dag om de hoogst mogelijke eer. Winnaars van de PC verwerven eeuwige roem, de koning van de partij, die een zilveren bal krijgt omgehangen, nog meer dan dat. De Friezen, althans zeker die 10.000 mensen die dicht opeengepakt op de speciaal voor die dag opgebouwde tribunes de strijd gevolgd hebben, liggen aan zijn voeten.
Dit voorjaar verkochten wij onze boerderij. Te veel werk, te duur, een spaarpotje ter aanvulling van het na al die wisselingen van baan toch wat karige pensioen. Naar Diemen, een penthouse op vijfhoog aan de rand van de Amsterdamse Watergraafsmeer, waar ik in l943 op de Transvaalkade geboren ben. Veel 'nieuw' sinds mijn jeugd, maar ook vaak herkenning. Het Nieuwe Diep, het Diemermeer, het Amsterdam-Rijnkanaal dat vroeger hardnekkig het Merwedekanaal genoemd werd, een beetje zoals échte Amsterdammers het nog steeds over Bosplan hebben als ze het Amsterdamse Bos bedoelen. Toch, wat een verandering. Een kwart eeuw liep ik 's avonds naar buiten om te luisteren of de vogels al sliepen en alleen de uilen zich lieten horen. Nu ga ik het dakterras op om te kijken of de buren in de flats om ons heen al naar bed zijn. Vroeger liep ik 'ochtends op ons pad langs de rozenstruiken naar de dorpsstraat waar onze brievenbus stond; tegenwoordig daal ik voor de krant af in een lift met een dwingend bord waarop in woorden en symbolen het huishoudelijk reglement is gegraveerd: Verboden te roken. Geen drank of drugs. Geen harde muziek. Geen fiets/motor. Honden aan de lijn. Geen winkelwagens.
Ik had Friesland achter me gelaten, het was een mooie herinnering. Doch in juli beving mij een lichte koorts. De PC was aanstaande, dit jaar op woensdag 2 augustus. Tja, jammer, geen perskaart aangevraagd, verleden tijd voor mij. Hoewel… Zo ver is het toch niet, Franeker? Ja, daar viel de kaart in de bus. Op tijd vertrokken, vanaf Harlingen de oude route binnendoor over die bekoorlijke weggetjes. Hoe dichter bij Franeker hoe meer de stoet PC-bezoekers aanzwelt. Fietsend, lopend, met petten voor als de zon gaat schijnen, met paraplu's voor als het gaat regenen, met tasjes en rugzakken met proviand om de hele dag door te komen, met kussentjes om geen stenen billen te krijgen op de harde banken. Al heel vroeg loopt Franeker vol, eerst de jaarlijkse toespraak in de Korenbeurs van de voorzitter waarin hij het tijdsgewricht plaatst in de PC-traditie (of andersom) en de winnaars van vorig jaar en allerlei andere PC-beroemdheden huldigt. Dan naar het veld, omringd door drank-, snack-, en viskramen, mobiele wc's (2,50 euro voor een dagpas) en muntenloketten om de stromen bier af te rekenen. Na het zingen van het Friese volkslied vliegt omstreeks half tien de kaatsbal heen en weer tussen de eerste vier parturen. Een beetje vochtig oog, misschien is dit mijn laatste PC. Wat een dag. Ik heb in zo'n veertig PC's totaal, soms hele saaie dagen meegemaakt, weinig spanning, de favorieten liepen over de mindere goden heen en in de finale was een der parturen zo kapot gespeeld na een lange dag, dat ook daar geen strijd van betekenis ontstond. Maar deze PC! Om de haverklap een gevecht tot op het bot, een favoriet partuur dat al ver achterstond en toch nog stap voor stap terugkwam en won, partijen tot en met de laatste slag barstens vol spanning. En een droomfinale. Alles aan de hang. Eén slag nog, daar gaat het om: een hele dag heb je je een bult gekaatst voor die ene slag: de dood of de gladiolen. Zo was de finale, de bal van de opslager kwam goed in het perk, maar werd teruggeslagen en weer teruggeslagen, de laatste slag voor de winst. Dat gebeurde, dat heet kaatsen. Heimwee, ik zal het missen.

Ton van Dijk.