Stichting Oud Ried.
Stichting Oud Ried.

Eind 1998 zijn een groepje enthousiaste mensen begonnen met het uitzoeken van de geschiedenis van het dorp Ried. Het doel van onze stichting is het archiveren en in kaart brengen van alles wat met Ried te maken heeft. Tevens houden wij regelmatig tentoonstellingen, lezingen en dia- en filmvoorstellingen in ons dorpshuis. Wij zijn dus altijd op zoek naar personen die ons verder kunnen helpen met o.a. foto’s krantenknipsels, anekdotes, landkaarten, prentbriefkaarten (ansichtkaarten) en alle andere voorwerpen die betrekking hebben op het dorp RIED. Ook informatie over de zuivelfabriek, het tichelwerk, de gasfabriek, school, kerk, de kleine middenstanders en het agrarische leven uit ons dorp zijn van harte welkom. U begrijpt, wij zijn op zoek naar alle mogelijke informatie over Ried. U kunt ons bereiken via de mail: oudried@live.nl

Postadres: Sjoukje Hibma
                  De Rombade 9
                  8811 HT Ried
                  tel:0517-269494

Mei 2018

Timmerman Andries Tilstra en zijn gezin
Een tijdje terug ontvingen wij een email gevolgd door een telefoontje van Andrea van Buul-Burenga uit Maarssen, kleindochter van Andries en Fetje Tilstra. Aanleiding was het overlijden van haar zus Annemarie op 20 maart j.l., die net als zijzelf in Ried was geboren. Na enige correspondentie was er genoeg materiaal van zowel Andrea als uit ons archief om een artikel voor it Kattebelts samen te stellen.
Andries Tilstra werd op 6 maart 1891 geboren als negende kind van Anne Tilstra en Aaltje Wiersma. Pake Taeke Wiersma was boer geweest en tot zijn overlijden in 1900 rentenierde hij in het stelpboerderijtje aan het Achterom (nu Achterweg 2). Het schuurgedeelte was in gebruik bij timmerman Lieuwe Ytsma. Als klein jongetje zal Andries, wanneer hij bij zijn pake kwam, regelmatig een kijkje in de timmerzaak van Ytsma hebben genomen. Hier zal zijn liefde voor het timmervak zijn ontstaan, waarna hij als jongeman timmerknecht bij Lieuwe Ytsma werd. Toen Ytsma in 1914 met zijn timmerbedrijf naar Beetgumermolen vertrok kreeg Andries Tilstra de kans om de timmerwinkel in Ried over te nemen. Oudejaarsdag 1913 plaatste hij een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin hij bekendmaakte dat hij als zelfstandig timmerman aan de slag ging.
Op 29 mei 1915 werd in het gemeentehuis van Franekeradeel het huwelijk tussen Andries Tilstra en Fetje van der Veer uit Marssum gesloten. Ze kwamen in het vooreind van de timmerzaak te wonen, waar een jaar later dochter Klaasje werd geboren, de moeder van Andrea van Buul-Burenga, die contact met ons opnam.














Klaasje zit op de (niet erg duidelijke) foto, die gemaakt is voor hun huis, bij haar moeder op de arm. De andere drie vrouwen zijn onbekend.
Na Klaasje volgden nog 3 dochters: Aaltje (Zus) in 1917, Jacoba (Coba) in 1922 en in 1930 als laatste Anna (Anneke).
Toen Ried in 1921 aansluiting kreeg op het elektriciteitsnet was dit aanleiding voor Andries Tilstra om zich in elektriciteit te bekwamen. Het P.E.B. benoemde hem in 1927 als erkend installateur. Rechts van de zuivelfabriek had het P.E.B. een transformatorhuisje voor de elektriciteit geplaatst. Van hieruit liepen kabels via een grote elektriciteitsmast, die naast de fabriek stond, het dorp in. Ook de ontvangst van radio (Tilstra was houder van de radiocentrale) en telefoon liep via draden. De draden waren bevestigd aan zekeringen die aan houten palen zaten, die om de ± 60 m. door het dorp verspreid stonden. Viel de stroom weer eens uit, dan moest Andries Tilstra met klimijzers onder de voeten de palen in om het probleem op te lossen. Maar ook als de draden door storm in de war raakten moest hij er op uit. Met een lange lat (een juffer van 2.5 meter), ging hij dan bij de draden langs om ze weer uit elkaar te halen. Wanneer hij het druk had kreeg dochter Klaasje opdracht dit werkje uit te voeren, iets wat ze niet graag deed. Liever was ze sportief bezig, ze hield van gymnastiek, schaatsen en fietsen. Ze maakte graag lange schaatstochten en deed mee aan kortebaanwedstrijden. Fietstochten brachten haar tot buiten de provincie, waarbij ze een dagtocht heen en terug naar Meppel of over de Afsluitdijk niet schuwde.
Eind jaren '30 bouwde Tilstra eigenhandig een nieuw huis met timmerwinkel voor zijn timmer- en aannemersbedrijf aan de Dongjumerweg 13. Naast het eigen gezin vonden regelmatig onderwijzers, die aan de Riedster school stonden, voor kortere of langere tijd onderdak in deze ruime woning. 
In de oorlogsperiode kende Andries enkele benauwde momenten. Op een avond in maart '42 ging hij, zoals wel vaker gebeurde, naar de buren Albert en Johannes Schotanus om naar de illegale radio te luisteren. Gelukkig was er geen goede ontvangst, want door verraad kwam er die avond een inval. De mannen moesten mee voor verhoor, maar ze hadden hun verweer goed voorbereid: Johannes werkte bij 'n radiozaak en hij was 't toestel "aan het repareren". Vader Albert was even bij Johannes op de slaapkamer voor een praatje toen Tilstra met de krant kwam. Die werd ook naar boven geroepen, vandaar dat ze met hun drieën boven waren.  Ze mochten nog diezelfde avond naar huis, maar een week later werden ze alsnog opgeroepen voor een nieuw verhoor in Leeuwarden. Drie dagen hebben ze in de Leeuwarder gevangenis gezeten, waar ze om beurten zwaar werden verhoord. Gelukkig hielden ze alle drie vast aan hun verhaal. Na een paar zware dagen kwamen op 1 april weer vrij, maar ze stonden wel als "verdachten" te boek. Met een holle maag, het gevangeniseten was uitermate slecht, stapten de mannen op de fiets huiswaarts, Algauw luisterde Andries thuis weer naar z'n eigen radio, die hij buiten (vochtvrij) had verstopt. Van daaruit liep een draad door de spouwmuur naar de "winkelzolder" waar hij een microfoon op aansloot, die vervolgens tussen draden e.d. van het elektrisch materiaal belandde.
In januari 1943 trouwde dochter Coba met slagerszoon Jacob Wiersma uit Menaldum. Ze kwamen bij haar ouders inwonen. Het huis was zo ingedeeld dat elk een eigen keuken en een eigen trap naar boven had. In de oorlogsjaren zorgde Jacob voor vlees in huis; hij slachtte wel eens schapen voor boeren en meestal nam hij de kop dan mee naar Ried. Zijn schoonmoeder maakte er dan "hoofdkaas" van, dat werd eigenlijk van het varken gemaakt, maar van het schaap smaakte ook goed. Tijdens hun inwoning kregen Coba en Jacob twee kinderen. Oudste dochter Klaasje, die tot dan een kantoorbaan in Franeker had, trouwde in november '43 met timmerknecht Pier Jouke Burenga. Omdat het hen in de oorlogstijd niet lukte om een eigen woning te vinden kwamen zij ook bij haar ouders inwonen. Pier Burenga hielp een tijdje zijn schoonvader in de zaak en was ook bij timmermannen in de omliggende dorpen werkzaam. Tegelijk volgde hij in de oorlogsjaren een schriftelijke vooropleiding voor weg- en waterbouw ( PBNA). Na de oorlog deed hij de H.T.S. in Leeuwarden, waarvoor hij (al na 1 jaar!) in 1946 slaagde. Een paar maanden eerder waren Pier en Klaasje voor het eerst ouders geworden. Voor de bevalling, die op de late avond van 1 maart 1946 was begonnen, kwam dokter Kwast per fiets uit Berlikum. Geertje Dethmers uit het dorp was als baakster bij de bevalling aanwezig. 's Nachts om 3 uur werd een dochter geboren: Annemarie. Omdat het door de sneeuw bijna ondoenlijk was om terug te fietsen, bleef dr. Kwast 's nachts bij de familie slapen.  Op 13 mei 1947 kregen Klaasje en Pier een tweede dochter: Andrea.
Links de nieuwe timmerzaak, rechts het gezin Tilstra, Andries en Fetje met hun vier dochters v.l.n.r.: Zus (Aaltje), Coba, Anneke, Klaasje.
Op de linker foto ligt de kleine Annemarie een maand na haar geboorte heerlijk in de gezonde buitenlucht in haar 'wiegje' te slapen. Met weinig voorhanden zo vlak na de oorlog werd een houten tobbe met een hemeltje erop voor het buitenslapen bebruikt. In de kinderwagen rechts ligt de kleine Andrea, op de wagen zit zus Annemarie.
Klaasje verhuisde in januari 1948 met haar gezin naar Oudeschouw, waar Pier ging werken als waterbouwkundige bij de Friese Kanalendienst. Toen hij later in dienst kwam bij Rijkswaterstaat, verhuisde de familie naar Echteld (Gelderland) waar op 4 november 1950 een derde dochter werd geboren: Francina (Francien). Nog later gingen ze in Eindhoven wonen.
Ook Coba en haar gezin vertrokken in '48 uit Ried om zich in Zijpersluis (N.H.) te vestigen. Stil werd het niet in huize Tilstra, want tweede dochter Zus en haar man Jan Uildriks, die in september 1944 in het huwelijk waren getreden, trokken bij haar ouders in. De eerste jaren hadden ze in Sexbierum gewoond, waar Jan timmerknecht was en waar ook hun oudste zoon Roel werd geboren. Nu kwam Jan bij zijn schoonvader in dienst. Toen Andries Tilstra tegen de 60 liep ging hij langzaamaan de zaak overdragen aan zijn schoonzoon.  Rechts van de timmerzaak bouwde hij een rentenierswoning, waarna het gezin Uidriks, dat inmiddels uitgebreid was met 3 kinderen (Dries in 1948, Marjan in 1954 en Nienke in 1959) de hele woning bij de timmerzaak tot hun beschikking kreeg. Andries en Fetje Tilstra en jongste dochter Anneke trokken in 1950 in hun nieuwe huis. Anneke Tilstra was een verdienstelijk kaatster, ze viel regelmatig in de prijzen. Na de oorlog was het meisjes kaatsen in opkomst en dit werd erg door meester Kingma gestimuleerd. Anneke, die onderwijzeres werd, is na haar huwelijk in 1957 met Douwe de Ruiter naar Oranjewoud verhuisd.
Andries Tilstra was in zijn werkzame leven actief in verschillende verenigingen: kaatsclub, ijsclub, dorpsbelang en hij zat in het kerkbestuur. Nadat hij zich had teruggetrokken uit de zaak en een aantal bestuursfunctie had neergelegd kon hij meer tijd spenderen aan gemeentezaken, sinds 1949 was hij lid van de PvdA. Door het plotseling overlijden van een van de wethouders werd Andries Tilstra in mei 1960 gekozen tot nieuwe wethouder, een functie die hij slechts 14 dagen vervulde, want op 9 juni 1960 overleed hij op 69-jarige leeftijd aan een hartverlamming. De timmerzaak is tot begin jaren '80 door Jan Uildriks gerund.
Over de voorouders en andere takken van de familie Tilstra valt nog meer te vertellen, maar daarover een andere keer.
Stichting Oud Ried .